Schaken voor Beginners

Schaken is voor iedereen geschikt: voor jong en oud. Schaken is absoluut niet alleen voor slimme mensen. Iedereen kan schaken leren. Er zijn speciale cursussen en boeken voor schaken voor beginners en ook hier lees je de nodige info wanneer je een beginner bent in schaken.

Net als hocky of dansen is ook schaken een sport die je bij een club kunt leren. En net zoals er tophockeyspelers en topdansers zijn, zijn er ook topschakers. Wil jij een topschaker worden? Leer dan nu schaken met Schaken voor Beginners.

Voor schaken heb je voornamelijk je hersenen nodig. Schaken is een denksport. Je leert schaken het snelst wanneer je jong bent, maar ook ouderen kunnen zeker schaken leren. Om te leren schaken moet je wel affiniteit hebben met schaken en een beetje aanleg kan geen kwijt. Plezier hebben met schaken is de belangrijkste ingrediënt om goed te worden in deze denksport. Miljoenen mensen ervaren plezier met schaken en ook jij kan die plezier krijgen! Om plezier te hebben met schaken, hoef je zeker geen wereldkampioen te zijn.

Schaken voor beginners:Mat of gelijkspel

Wanneer we schaken leren denken we ook vrij snel aan de term schaakmat. Ook met schakken voor beginners gaan we stilstaan bij de definitie van schaakmat. Zonder de kennis van schaakmat zullen we nooit goed kunen schaken en zal elke computer een schaakpartij winnen.

Het spel is afgelopen zodra er een koning schaak staat en er niets meer aan gedaan kan worden. Die koning staat dan schaakmat, kortweg ‘mat’. Dat is Arabisch voor ‘dood’. De koning is dus dood en het spel is afgelopen. Degene die de koning mat heeft gezet, wint de partij.

Gelijkspel

Een schaakpartij kan gewonnen worden door de witspeler of de zwartspeler. Maar soms wint geen van beiden. Net als een partijtje voetbal kan ook met schaken een gelijkspel ontstaan. Gelijkspel heet met schaken Remise. De uitslag van de partij is van 1/2- 1/2 in plaats van bijvoorbeeld 1-0.

Het duidelijkste voorbeeld van remise is als er nog maar twee koningen op het bord staan. Alle andere stukken zijn geslagen. De koning aanvallen kan dus niet meer. Dan houdt gewoonweg het spel op. Ook wanneer je de koning van de tegenpartij steeds schaak kunt blijven zetten, maar geen mat, is de partij remise. Als je dreigt te verliezen en je ziet dat je “eeuwig schaak” kunt geven, heb je geluk. Je behaalt dan toch een halve punt.

Pat is een bijzondere term in schaken en ook een bijzondere vorm van remise. Pat lijkt op mat, maar er is een belangrijk verschil. Bij mat staat de koning schaak en heeft hij geen velden meer om naar toe te gaan. Er is niets meer tegen te doen. Bij pat staat de koning niet schaak, maar hij heeft ook geen velden meer om naar toe te gaan. Eveneens is geen enkele andere zet mogelijk. De enige zetten die hij zou kunnen doen, leveren schaak op. Dat is tegen de regels. De koning mag nooit een veld waar hij schaak staat gaan. Ook dan eindigt dit schaakspel in een gelijkspel.

Schaken voor beginners wordt bijna schaken voor gevorderden. Wanneer je meer wilt leren over schaken raden we aan om gewoonweg te oefenen. Zo kan je oefenen online tegen een computer. Schaken tegen de computer is leuk en ideaal voor oefenen. Wanneer je dan een echt schaakpartij tegen iemand doet ben je tenminste voorbereid.

Schaken tegen de computer

Onlineschaken, oftewel schaken tegen de computer, is de ideale manier om te leren schaken. Op het internet, en ook op deze website, kun je tegen een computer schaken. Je kunt gratis tegen de computer schaken, maar je kunt ook schaken voor geld. Het is sterk aan te raden wanneer je nog in de fase van schaken voor beginners bent, om niet gelijk professioneel te gaan schaken. Het best kun je eerst een tijdje gaan oefenen.

Met schaken tegen de computer zul je ontdekken dat schaken een spannend soort puzzelen is. Je zult allerlei tactieken leren en steeds beter de puzzel begrijpen.

Computerschaak

Zelfs voor de knapste schakers is het moeilijk om altijd de beste zet te vinden. Computers hebben daar minder moeite mee. Zo zijn er speciale schaakprogramma’s die een partij helemaal kunnen uitpluizen. Dat kan omdat schaken een soort rekenen is. En dat is precies waar computers goed in zijn. Bovendien hebben ze een perfect geheugen wat natuurlijk ook helpt met schaken.

Mensen kunnen minder goed rekenen dan een computer. Ze kunnen geen miljoenen zetten per seconde door hun hoofd laten gaan. En mensen hebben gevoelens, die het denken soms moeilijk maken. Ze zijn bijvoorbeeld bang om te verliezen en maken daardoor fouten. Of ze zijn moe. Sommige mensen worden erg zenuwachtig als ze kunnen winnen en hierbij is de kans op fouten maken groter.  Tijdens een partij schaken moet je maar eens op het gezicht van je tegenstander letten. Misschien zit hij te wiebelen met zijn stoel of wrijft hij veel in zijn handen. Letten op deze lichaamssignalen zorgt voor een beter schaakpartij. Computers hebben daartegen geen last van zenuwen en zullen ook weinig van zich laten merken.

Schaken voor beginners

Een schaakprogramma kun je ook gebruiken als tegenstander. Je kiest op welk niveau je wilt spelen, zodat je een leuke partij krijgt. Je kan dus ook een niveau voor beginners kiezen en hierdoor schaken voor beginners. Winnen van de computer is niet gemakkelijk, maar het kan wel. Het schaakspel van computers lijkt meer op het spel van menselijke schakers. Maar computers zijn minder goed in het doen van “gekke en onverwachtte” zetten. En juist daarmee is het mogelijk om te winnen van een computer.

Online Schaken

Als je nog helemaal niet kunt schaken, is internet handig. De Koninklijke Nederlandse Schaakbond heeft voor kinderen vanaf 8 jaar een eigen schaakschool op internet: schaakacademie. Als je lid wordt, leer je op een leuke manier schaken. Van oefeningen op de computer leer je erg snel. Terwijl je speelt, ontdek je de kneepjes van het spel.

Schakers kunnen ook lid worden van een schaaksite. Je speelt dan op internet tegen mensen uit de hele wereld. Online schaken is echt leuk. Je kiest dan zelf tegen wie je wilt spelen en hoelang een schaakpartij moet duren. Op internet worden vooral snelle potjes gespeeld. Meestal duren die vijf minuten. Voordat je online gaat schaken, kan je ook eerst oefenen met bekenden.

Schaken voor beginners: Slaan en Schaak

Voor schaken voor beginners presenteren we nu de regels omtrent aanval en verdediging. Net als in vele sporten is het ook met schaken een spel van slaan en verdedigen. Tactiek speelt hierbij een grote rol.
Bij schaken gaat alles om aanval en verdediging. Je probeert het je tegenstander moeilijk te maken. Maar hij doet hetzelfde bij jou. Dus je moet je steeds over twee dingen nadenken. Hoe je zelf kunt aanvallen en hoe je de aanval van je tegenstander tegenhoudt. Het mooist is als je allebei tegelijk kunt doen. Dit vergt natuurlijk wel enige denkwerk, maar je slaat dan wel twee vliegen in één klap.

Aanvallen doe je onder andere door te proberen stukken of pionnen van je tegenstander te ‘slaan’. Bij dammen betekent slaan dat je met jouw steen over de steen van een tegenstander springt. Bij schaken gaat het anders. Je slaat een stuk van de tegenpartij als je in één zet op het veld van dat stuk staat. Het geslagen stuk verdwijnt van het bord en speelt niet meer mee. De kunst is om dit te doen zoner dat de tegenstander daarbij een stuk van jou terug kan slaan. Want dat houd je meer wapens voor de aanval over dan je tegenstander.

Slaan mag, maar is niet verplicht. Je doet het alleen als je denkt dat het je voordeel brengt. Dat klinkt ingewikkeld, maar je leert goed te spelen door van alles uit te proberen. Fouten maken is menselijk en dus ook helemaal niet erg.

Alle stukken slaan verschillend. Ze bewegen ook verschillend. Een dame kan bijvoorbeeld alle kanten op, een loper beweegt schuin en een toren gaat rechtuit. Alleen voor pionnen geldt dit niet: zetten doen ze vooruit, maar slaan doen ze schuin. De twee koningen blijven op het bord tot het eind van het spel. Want zonder koningen valt er niets te schaken. De koning zelf mag wel slaan, maar alleen als het geslagen stuk niet gedekt staat. Dan heeft de tegenstander een stuk of een pion klaarstaan om de koning te slaan. En de koning mag nooit naar een veld gaan waar hij geslagen kan worden.

Schaak!

Als je een stuk zo kunt neerzetten, dat je de koning van je tegenstander kunt slaan, staat deze schaak. Nu komen we in de buurt van het doel van het spel. Het is alvast één stapje op weg naar het vangen van de koning. Staat jouw koning schaak, dan ben je verplicht daar meteen iets aan te doen. Bijvoorbeeld door met de koning een stap opzij te gaan.

We zijn weer een stap verder met schaken voor beginners. Nog even en je kunt online schaken tegen de computer.

Schaken voor beginners: Schaakstukken

In stap 1 van schaken voor beginners hebben we kennis gemaakt met een schaakbord. Ook hebben we vluchtig gekeken naar schaakstukken. Je weet nu een schaakspel er aan het begin van de schaakpartij eruitziet. Maar voordat we echt gaan beginnen met schaken moeten we verder verdiepen in de regels van schaken.
We gaan nu kijken wat de verschillende schaakstukken kunnen en mogen. Wat zijn de regels van schaakstukken?

Regels van de schaakstukken

Elke beweging van een stuk noem je zet. Beide spelers om de beurt een zet. Het overslaan van een beurt bestaat niet in schaken. De witte partij is verplicht de eerste zet te doen. Voordat het spel begint wordt er om de kleur geloot. Met de loting wordt bepaald wie van de twee spelers mag beginnen.

 

  • De koning

Veel beginners van schaken denken dat de koning de machtigste schaakstuk is, echter is dit absoluut niet waar. De koning is wel de belangrijkste schaakstuk. Schaken draait om de koning. Het doel van schaken is om de koning van de tegenpartij gevangen te zetten. De koning is geen punten waar, want wanneer de koning is vastgezet is de schaakpartij ook voorbij en is een winnaar bekend.
De koning mag één veld per keer bewegen. De koning mag op het schaakbord alle kanten op bewegen, maar natuurlijk nooit op een veld terecht komen waar een stuk van de tegenpartij heen kan.

 

  • De dame

Het machtigste stuk is de dame. Emancipatie heeft zich kennelijk op doorgedrongen in schaken. Dit is niet altijd zo geweest. In de middeleeuwen mocht de dame tijdens het schaken maar een stapje alle kanten op bewegen. Ze was als het ware gelijk aan koning.
Tegenwoordig mag de dame alle kanten op, op zoveel velden als je wilt. De dame mag zich bewegen langs de lijnen en de rijen waar ze staat. De dame mag ook op het schaakbord schuin bewegen.In tegenstelling tot koning is de dame punten waard.

De dame is negen punten waard.

  • Torens

De torens mogen tijdens een schaakspel opzij en omhoog of omlaag bewegen. De torens bewegen langs lijnen en de rijen vanaf het punt waar de toren staat.

De toren is vijf punten waard.

  • Loper

De loper staat ook bekend als de raadsheer. Iedere leger heeft een loper die op een wit veld en op een zwart veld. De lopers mogen alleen schuin bewegen vanaf de kleur waarop hij staat. De loper mag op zoveel velden als je wilt bewegen.

De loper is drie punten waard.

  • Paard

De paard is een aparte schaakstuk. Tijdens het schaken mag de paard zich als enige schaakstuk over andere schaakstukken bewegen. Het maakt dan niet uit of de paard springt over een tegenstander of over een eigen stuk.
De paard uit als het ware een paardensprong. Paard mag een veld recht en een veld schuin bewegen. Dat mag ook andersom.

De paard is drie punten waard.

  • Pion

De pion is klein maar onderschat deze schaakstuk niet. Wanneer een pion de overkant van het bord bereikt kan dit pion veranderen in een dame.
De pion mag alleen vooruit en ook slechts één veld. Bij de eerste zet mag de pion ook twee plaatsen vooruit, maar dit is niet verplicht . De pion slaat alleen schuin, één veld.

Samengevat kunnen we stellen dat alle stukken, behalve het paard, per zet maar één kant op mogen bewegen. Het paard mag bovendien als enige over andere stukken heen springen.
We zijn weer een stap verder met schaken voor beginners. Nog even en we zijn geen beginners meer maar experts!

Schaken voor beginners: Schaakbord

Schaken voor beginners begint met het kennen van het schaakbord en schaakstukken.
Voor een schaakpartij heb je twee spelers en een schaakbord nodig. Schaken is een bordspel. Een schaakbord heeft 64 vakken, ook wel velden. Op de schaakbord zien we dat lichte en donkere velden elkaar afwisselen. Beide spelers moeten linksonder altijd een donkere veld hebben. Elke liggende baan van acht vakken heet een rij. De rijen zijn genummerd van 1 tot 8. De staande banen heten lijnen. Deze hebben elk een letter, van a tot h. Elk veld heeft zijn eigen naam, bijvoorbeeld a1 of g3. De namen van de velden zijn handig omdat een partij zo makkelijk opgeschreven kan worden. Dit wordt ook notatie genoemd.
Het volgende wat je nodig hebt, zijn de schakenlegers. Elk leger bestaat uit acht stukken. We zien in een leger de koning, een dame, twee torens, twee lopers en twee paarden. En daarbij komen nog ver leger acht pionnen of soldaten. Deze zijn klein, maar wel erg belangrijk tijdens een schaakspel. Het ene leger is wit en het andere leger is zwart. Aan het begin van een schaakpartij staan de beide legers netjes tegenover elkaar. Het witte leger op de rijen 1 en 2 en het zwarte op de rijen 7 en 8. Het is belangrijk om te onthouden dat de dame altijd op haar eigen kleur staat. De zwarte dame staat op het zwarte veld, de witte op een wit veld. Een ezelsbruggetje hiervoor is dat de dames altijd staan op de d-lijn, de d voor dame.

We hebben nu een stap gemaakt om te leren schaken. Schaken voor beginners begint altijd met de basis. Bestudeer schaakbord en de schaakstukken. Een volgende stap voor schaken voor beginners is het zetten van de stukken.

Geschiedenis Schaken

Voor de geschiedenis van schaken gaan we terug in de tijd. Schaken is zo oud, dat eigenlijk niet met alle zekerheid kan worden vastgesteld waar schaken vandaan komt en hoe oud het precies is. Historici vermoeden dat schaken waarschijnlijk uit India komt en dan waarschijnlijk zo’n 1400 jaar geleden. Het spel heette in die tijd tsjatoeranga. Schaken, of volgens de geschiedenis tsjatoeranga, werd door twee of vier spelers gespeeld. Tsatoeranga betekent vier delen en heeft mogelijkerwijs te maken met de vier groepen waaruit de schaaklegers bestonden, namelijk:

  • Boeren
  • Paarden
  • Strijdwagens en
  • Olifanten.

Tegenwoordig bestaat schaken uit andere groepen.

Schaken werd vroeger gezien als een koninlijk spel voor koninklijk vermaak. Lang geleden werd schaken voornamelijk gespeeld door de koninklijke families en andere belangrijke (rijke) mensen. Gewone mensen hadden geen tijd voor spelletjes, maar moesten hard werken voor geld (voedsel). Het grappige is dat tegenwoordig de koning de belangrijkste figuur in schaken is. Komt dit door de geschiedenis van schaken?

Zoals gezegd komt schaken waarschijnlijk uit India, maar zo’n duizend jaar geleden veroverde schaken ook Europa. Ook bereikte schaken ook landen zoals China en Japan. Meerdere versies van schaken zijn destijds ontstaan, maar de basisbeginselen zijn voornamelijk hetzelfde gebleven. Zo bleef en blijft de koning een belangrijk figuur met schaken. Bij alle versies is het doel om de koning van de tegenstander vast te zetten. Schaken wordt vaak vergeleken met oorlogje spelen. Gelukkig is schaken minder dodelijk en een stuk leuker dan een oorlog.